De balans

Toelichting op de balans

Vlottende activa

Onder de vlottende activa nemen we afzonderlijk op: de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.

Voorraden

De voorraden betreft hier de Bouwgronden in exploitatie.

De exploitatie van gronden is een meerjarig productieproces. Daarbij zijn de (definitieve) resultaten pas bij afronding van het complex zichtbaar. Voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen, geven we van het verloop in 2025 het volgende overzicht weer:

Onderhanden werk waaronder bouwgronden in exploitatie

Boekwaarde
01-01-2025

Balans-
waarde
01-01-2025

Vermeer-deringen

Vermin-deringen

Saldo boek-waarde

Winst uitname

Boek-
waarde
31-12-2025

Voorziening
verlieslatend complex

Balanswaarde
31-12-2025

Bouwgrond in exploitatie

Herenland Opheusden

1.333

914

42

1.375

1.375

433

942

ABC terrein

-205

-205

217

12

-12

0

0

0

Herenland West

1.370

1.370

59

1.429

12

1.441

0

1.441

Bonegraaf Oost

-813

-813

-2

100

-915

-22

-937

0

-937

Poort van Ochten

175

175

90

265

265

0

265

Totaal bouwgronden in exploitatie

1.860

1.441

406

100

2.166

-22

2.144

433

1.711

Bouwgrond in Exploitatie

Balans-
waarde
31-12-2025

geraamde nog te maken kosten

geraamde nog te realiseren opbrengsten

Geraamd eindresultaat (nominale waarde)

Geraamd eindresultaat (contante waarde)

Herenland Opheusden

942

416

1.332

26

433

Herenland West

1.441

3.721

6.188

-1.026

-911

Bonegraaf Oost

-937

167

0

-770

-755

Poort van Ochten

265

719

2.526

-1.542

-1.453

Totaal bouwgronden in exploitatie

1.711

5.023

10.046

-3.312

-2.686

Voor projecten die we naar verwachting afsluiten met een verlies is een 'voorziening verliezen grondexploitaties' gevormd. De boekwaarde per 31-12-2025 bedraagt € 2.144.000 (per 31-12-2024 € 1.860.000). De balanswaarde (= boekwaarde verminderd met voorziening verliezen grondexploitatie) is per 31-12-2025 ad € 1.711.000 (per 31-12-2024 € 1.441.000).

De waardering van de in exploitatie genomen gronden is gebaseerd op de inzichten per 1 januari 2026 en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Dit is een inschatting die omgeven is door onzekerheden. De inschatting herzien we periodiek, maar minimaal jaarlijks. De waardering kan het komende jaar zowel positief als negatief uitvallen. Het college is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de waardering van de in exploitatie genomen gronden.

Parameters
De volgende parameters zijn gebruikt bij de actualisatie van de grondexploitaties:   

-   Rente (BIE Grexen)

1,0 % (was 1,0%)

-   Rente (BIE Initiatieven)

1,0 % (was 1,0%)

-   Kostenstijging

3,0 % (was 3,5%)

-   Opbrengststijging wonen

3,5 % en Herenland-West 3,0%(was 4 en 3,5%)

-   Opbrengststijging bedrijven

1,0 % (was 1,0 )

-   Disconteringsvoet

2,0 % (was 2,0%)

-    Intern uurtarief bedrijven (3.2)

€ 140 (was € 143)

-   Intern uurtarief wonen (8.2)

€ 136 (was € 142)

Voor een nadere toelichting op de grondexploitatie over 2025 verwijzen wij naar de toelichting op programma 3 Fysieke Omgeving en paragraaf 6 Grondbeleid van het jaarverslag. Daar is een verdere cijfermatige toelichting van de toekomstige baten en lasten en resultaat weergegeven.

Uitzettingen korter dan één jaar

Onder uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar nemen we afzonderlijk op de vorderingen op openbare lichamen, verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen (als bedoeld in de wet financiering decentrale overheden), overige verstrekte kasgeldleningen, uitzettingen in ’s-Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (schatkistbankieren), rekening-courantverhouding met het Rijk en overige vorderingen.

Uitzettingen korter dan één jaar

Boekwaarde
31-12-2025

Voorziening oninbaar

Balanswaarde
31-12-2025

Balanswaarde 31-12-2024

Vorderingen op openbare lichamen

7.086

0

7.086

6.533

Verstrekte kasgeldleningen aan openb. lichamen

0

0

0

3.000

Schatkistbankieren bij het Rijk

17.116

0

17.116

6.901

Overige vorderingen

3.093

546

2.547

3.182

Totaal

27.295

546

26.749

19.616

De vorderingen op openbare lichamen betreffen voornamelijk de teruggave betaalde BTW 2025 vanuit het BTW Compensatiefonds. De afwikkeling met de Belastingdienst van € 6,6 miljoen vanuit het BTW Compensatiefonds vindt plaats medio 2026. Vanuit suppletie-aangiften BTW oude jaren is er nog een vordering van € 112.000.

Ook zijn er nog enkele vorderingen op provincie Gelderland,  diverse ministeries en gemeenten tot een bedrag van € 310.000.

De regeling schatkistbankieren decentrale overheden verplicht gemeenten eventuele overschotten in de liquide middelen te storten op een speciale bankrekening die de gemeente aanhoudt bij het Ministerie van Financiën. Het afstorten gebeurt dagelijks via het afromen van  het saldo van de BNG-betaalrekening.

Het drempelbedrag voor jaar 2025 is € 1.614.640. Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen. Dit betekent dat niet elke laatste euro in de schatkist hoeft. In principe hoeven we dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist aan te houden.

Per balansdatum 31 december 2025 was het saldo op de schatkistrekening € 17.115.547.

In 2025 vonden geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaats. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen in het jaar 2025 is geweest:

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)

Verslagjaar

(1)

Drempelbedrag

1614,64

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

483

403

426

422

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

1.132

1.212

1.189

1.192

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag

Verslagjaar

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

80.732

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

80.732

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

Drempelbedrag

1614,64

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

43.479

36.629

39.165

38.859

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

483

403

426

422

Voor de overige vorderingen van € 3.093.000 (vorig jaar € 3.747.000) is een voorziening in verband met het risico van oninbaarheid gevormd. Dit is een bedrag van € 546.000 (vorig jaar € 565.000). De overige vorderingen betreffen debiteuren algemeen € 2.501.000 (vorig jaar € 3,1 miljoen) en debiteuren werk en inkomen € 592.000 (vorig jaar € 671.000).

Voorzieningen voor oninbare debiteuren

In onderstaande tabel zijn de stand en het verloop van de verschillende voorzieningen voor niet te innen debiteuren opgenomen.  

Voorzieningen oninbare debiteuren bedragen in €

Saldo per
01-01-2025

toevoe-
ging

onttrek-
king

vrijval

Saldo per
31-12-2025

Algemene debiteuren en belastingdebiteuren

110.204

39.306

85.667

63.843

Dwangsommen

70.015

60.000

0

130.015

Leenbijstand

11.000

0

0

11.000

subtotaal voorziening algemene debiteuren

191.219

99.306

85.667

0

204.858

Werk & inkomen

373.358

26.018

57.915

341.461

subtotaal Werk en Inkomen

373.358

26.018

57.915

0

341.461

totaal voorziening voor dubieuze debiteuren

564.577

125.324

143.582

0

546.319

Liquide middelen

De post liquide middelen wordt onderscheiden in:

Boekwaarde per
31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

Kasgelden

1

1

Banktegoeden

618

176

Totaal

619

177

Overlopende activa

Onder deze activa nemen we nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste komen van volgende begrotingsjaren op.

De post overlopende activa onderscheiden we in:

Overlopende activa gespecificeerd:

Boekwaarde per
31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

Nog te ontvangen van het Rijk

265

407

Nog te ontvangen overige Nederlandse overheidslichamen

993

1.092

Overige nog te ontvangen bedragen

646

579

Vooruitbetaalde bedragen

393

43

Totaal

2.297

2.121

Nog te ontvangen middelen van het Rijk
De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen we als volgt specificeren:

Saldo
31-12-2024

Toevoeging

Ontvangen bedragen

Saldo
31-12-2025

Het Rijk

Opvang Oekrainers

380

3.031

3.224

187

Spuk BTW-compensatie

0

39

39

Brede Ondersteuning

0

39

39

Overige Ned. overheidslichamen

IZA-doelen 2023-2026

167

146

167

146

Centrummiddelen

20

90

20

90

Bijdrage exploitaitetekort veer

25

26

25

26

Afrekening IBOR

0

274

274

Afrekening p-wet

16

55

16

55

Regiodeal

18

18

0

Energiebesparende maatregelen

376

202

174

Isolatie koopwoningen

465

237

228

Totaal Ned. Overheidslichamen nog te ontvangen voorschot bedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek
bestedingsdoel

1.467

3.700

3.909

1.258

Onder de nog te ontvangen bedragen van het Rijk zijn onder andere vorderingen opgenomen op het Ministerie inzake Opvang Oekraïners van € 187.000. Ook ontvangen we nog een uitkering inzake Brede Ondersteuning € 39.000 en SPUK BTW-compensatie € 39.000.

Onder de overige nog te ontvangen bedragen Nederlands overheidslichamen zijn o.a. opgenomen bijdrage in het exploitatietekort Veer van de Provincie Gelderland ad. € 26.000. Aan subsidie is te vorderen i.v.m. niet besteedde middelen in jaar 2025 € 402.000. De afrekening IBOR € 274.000 en vorderingen op diverse gemeenten voor een totaalbedrag van € 291.000.

Onder overig nog te ontvangen bedragen zijn onder andere vorderingen opgenomen voor nog op te leggen aanslagen forensen- en verblijfsbelasting jaar 2025 van respectievelijk € 3.000 en € 100.000. Ook voor overeenkomsten voor initiatieven van derden een bedrag van € 502.000.  Daarnaast zijn er nog te factureren posten in jaar 2026 van € 32.000.

De post vooruitbetaalde bedragen bestaat uit betalingen die betrekking hebben op de exploitatie van 2026. Hiervoor zijn einde boekjaar 2025 al facturen ontvangen en betaalbaar gesteld.

Deze pagina is gebouwd op 05/28/2026 10:07:18 met de export van 05/28/2026 09:52:54