5.2 Inwoners van Neder-Betuwe leven gezond en zijn vitaal |
|---|
Wat wilden we bereiken? | Wat zouden we daarvoor doen? | Realisatie | Wanneer speelt het? |
|---|---|---|---|
5.2.1 | 5.2.1.1 | continu | |
5.2.1.2 | continu | ||
5.2.1.3 | 2024 e.v. | ||
5.2.2 | 5.2.2.1 | 2024-2027 | |
5.2.3 | 5.2.3.1 | continu | |
5.2.3.2 | continu | ||
5.2.3.3 | continu | ||
5.2.3.4 | 2024-2026 | ||
5.2.3.5 | continu | ||
5.2.4 | 5.2.4.1 | 2024-2026 | |
5.2.4.2 | continu |
In 2025 is hiervoor het volgende gedaan |
|---|
5.2.1 Er is toegenomen aandacht voor preventie op de gebieden gezond leven en vitaal zijn
5.2.1.1 We zetten ons in voor een gezonde leefstijl voor jongeren en volwassenen.
In 2025 zetten we samen met professionals, ondernemers, verenigingen en inwoners met 'Gezond op eigen wijze' de inzet op beweging, gezond eten en mentale gezondheid voort. Dit sluit aan bij de landelijke akkoorden GALA, IZA en AZWA. Deze akkoorden zijn gericht op preventie en een gezonde leefstijl, mede om zorgkosten te kunnen verminderen.
Het aantal partners van 'Gezond op eigen wijze' groeide in 2025 naar meer dan 70 en 'Gezond op eigen wijze' fungeert inmiddels als herkenbaar en verbindend platform voor lokale initiatieven. Onder 'Gezond op eigen wijze' vallen onder meer het Lokaal Akkoord met uitvoeringsbudget, de JOGG-aanpak en de ketenaanpak Kind naar Gezonder Gewicht. Daarmee zijn we in 2025 gestart, in samenwerking met de GGD en omliggende gemeenten. De JOGG-overeenkomst is verlengd voor onbepaalde tijd en uitgewerkt in een nieuw meerjarenplan. Er waren meerdere campagnes waaronder de beweegcampagne Route 66.
De sport- en beweegcoaches zijn onze ambassadeurs van 'Gezond op eigen wijze' en vormen een belangrijke schakel tussen beleid en uitvoering. In 2025 is verder invulling gegeven aan onze ambities zoals opgenomen in de sport- en beweegvisie, waaronder meer inwoners laten voldoen aan de beweegnorm.
In 2025 is samen met partners uit zorg en welzijn de start gemaakt met de gezamenlijke aanpak van valpreventie. Hierbij kijken we met inwoners wat de risicofactoren zijn om te vallen en moedigen wij hen aan om te (blijven) bewegen. De eerste cursussen valpreventie zijn aangeboden door de fysiotherapeuten in de gemeente. Ook dit is een ketenaanpak uit GALA waar rijksmiddelen voor beschikbaar zijn gesteld.
Zie ook ambitie 6.2 voor een nadere toelichting op de inzet van de sport- en beweegcoaches.
5.2.1.2 We zetten in op het versterken van de mentale gezondheid van onze inwoners.
Mentale gezondheid was ook in 2025 één van de drie pijlers van 'Gezond op eigen wijze'. De uitvoering is onder meer belegd bij subsidiepartner ProPersona. Deze organisatie bood trainingen, praatgroepen en webinars aan over thema’s als stress, piekeren, grenzen stellen en omgaan met psychische kwetsbaarheid. Ook werden vrijwilligers en professionals geschoold in het omgaan met inwoners met mentale problemen. Daarnaast ontving Solve24 subsidie om via beweegactiviteiten het gesprek aan te gaan met jongeren.
In het voorjaar van 2025 is binnen 'Gezond op eigen wijze' de campagne 'Hoe is het?' uitgerold; een initiatief om het praten over mentale gezondheid makkelijker te maken. Mentale gezondheid en het welbevinden van inwoners hebben bovendien een structurele plek binnen de OKO-aanpak, Samen is Leuker en de verdere decentralisatie van Beschermd Wonen. Deze activiteiten hebben ook bijgedragen aan doelstelling 5.1.3.4.
5.2.1.3 We zetten in op het vroegtijdig signaleren van (verborgen) problemen bij ouderen en bieden preventieve ondersteuning.
De sociaal werkers en vrijwilligers van Welzijn Rivierstroom hebben het project Seniorenhuisbezoeken uitgevoerd, waarbij alle 75-jarigen in Neder-Betuwe zijn uitgenodigd voor een preventief huisbezoek. In 2025 is het project geëvalueerd. Er zijn in totaal 61 preventieve huisbezoeken uitgevoerd. Om echt preventief ondersteuning te bieden moeten we de doelgroep verbreden en het bereik vergroten. Daarom is het aanbod voor een preventief huisbezoek beschikbaar gemaakt voor alle inwoners van 60 jaar en ouder. Ook is voor deze inwoners de collectieve bijeenkomst "Krachtig ouder worden" georganiseerd. De bijeenkomst in december is door ruim 80 inwoners bezocht.
In 2025 is de vernieuwde opzet voor het Netwerk Vitaal Ouder Worden voorbereid. Dit is een samenvoeging van het Netwerk Geriatrie en het Kwetsbare Ouderenoverleg. In het Netwerk Vitaal Ouder Worden werken zorg, welzijn en gemeente samen aan een gezonde, actieve levensstijl voor senioren. Het gaat om lichamelijke, mentale én sociale vitaliteit.
5.2.2 Het middelengebruik onder (jonge) inwoners neemt af
5.2.2. We werken de aanpak 'Opgroeien in een Kansrijke Omgeving' (OKO) - voorheen IJslands Preventiemodel - nader uit en voeren die in.
In 2025 zijn, op basis van de OKO-monitor, de twee belangrijkste speerpunten samen met partners vastgesteld. De focus is gelegd op ouderondersteuning en vrijetijdsbesteding voor jongeren/ Twee werkgroepen werkten hiervoor concrete acties en activiteiten uit. De resultaten uit de monitor zijn ook gebruikt voor het opstellen van schoolprofielen, die zijn besproken met scholen zelf en JGZ-professionals. Hiermee bood de OKO-aanpak ook in 2025 een stevige basis voor samenwerking tussen scholen, jeugdgezondheidszorg en andere partners gericht op het versterken van jongerenwelzijn en het terugdringen van middelengebruik.
5.2.3 Jeugdigen groeien op in een stabiele en veilige (thuis)omgeving
5.2.3.1 We zetten in op het versterken van relaties en het bieden van tijdige ondersteuning bij scheidingen.
In 2025 hebben we verdere invulling gegeven aan het relatieloket: zo is ingezet op het uitbreiden van het collectieve preventieve aanbod. Hierbij is onder andere aandacht besteed aan preventieve activiteiten, zoals een training voor aanstaande ouders gericht op communicatie tussen ouders. Het uitgangspunt is dat een stabiele thuisomgeving begint bij de manier waarop ouders met elkaar omgaan. Daarnaast is een preventieve collectieve training opgezet voor kinderen die te maken krijgen met een scheiding of relatiebreuk van hun ouders.
Sinds oktober 2025 is bovendien een gezinsondersteuner relaties actief binnen de gemeente. Deze professional richt zich enerzijds op het laagdrempelig ondersteunen van gezinnen met vragen over dit thema en anderzijds op het onderzoeken hoe de gemeente inwoners zo vroeg mogelijk preventief kan ondersteunen. Bij dit onderzoek worden belangrijke maatschappelijke partners betrokken. De resultaten hiervan verwachten we in het derde kwartaal van 2026.
5.2.3.2 We zetten in op kwalitatief goede jeugdbescherming en hoog specialistische jeugdzorg.
Op (boven)regionaal niveau worden voortdurend stappen gezet om de jeugdbescherming en hoogspecialistische jeugdzorg te verbeteren. Om de meest specialistische zorg voor jeugdigen met een complexe hulpvraag beschikbaar te maken, zijn in 2025 voorbereidingen getroffen om de producten (zorgvormen) uit de pilot driemilieusvoorzieningen (lopend sinds 2022) op te nemen in het regionale hulpaanbod.
In 2025 zijn ook de contracten voor de Essentiële Functies in werking getreden. Essentiële Functies zijn integrale, hoogspecialistische zorgvormen die gericht zijn op kwetsbare kinderen, hun gezinnen en/of hun netwerk. Het gaat over een nieuwe samenwerkingsvorm tussen 15 zorgaanbieders met verschillende expertises. Samen zorgen zij ervoor dat kinderen en gezinnen met complexe zorgvragen toegang hebben tot verblijf, waar nodig aangevuld met ambulante expertise en specialistische kennis vanuit het samenwerkingsverband. Op deze manier kunnen zij samen passende, integrale zorg bieden.
Deze manier van werken, waarbij samenwerking over de grenzen van organisaties heen centraal staat, is nieuw in het jeugdhulpveld en vraagt om een veranderingvan het huidige zorglandschap. Dit is een verandering die niet in één keer kan worden gerealiseerd. Daarom is gekozen voor een ingroeimodel van zeven jaar, waarvan 2025 het eerste jaar vormde.
5.2.3.3 We voeren de jeugdzorg zo effectief en efficiënt mogelijk uit, samen met relevante partners.
In 2025 is gewerkt aan de uitvoering van de regiovisie die in 2024 is vastgesteld. Deze visie wordt breed gedragen binnen regio Rivierenland en beschrijft de gezamenlijke ambities voor de regionale samenwerking, met als doel goede, toegankelijke en betaalbare jeugdhulp. In 2025 lag de nadruk op het opstellen van de uitvoeringsagenda Jeugd (2026–2028). In deze agenda zijn de ambities uit de regiovisie vertaald naar concrete doelen en acties. Eind 2025 zijn verschillende werkgroepen gestart voor de verdere uitwerking hiervan. Elke werkgroep richt zich op een belangrijke fase in het traject dat gezinnen doorlopen binnen de jeugdhulp: van het eerste contact en de toegang tot en met de afronding van de hulp. Samen met professionals, gemeenten, zorgaanbieders en gezinnen brengen de werkgroepen in kaart wat goed gaat, waar knelpunten zitten en aan welke oplossingsrichtingen we moeten denken om de jeugdhulp verder te verbeteren. Deze regionale ontwikkelingen sluiten nauw aan bij de lokale transformatieopgave die nodig is om de jeugdhulp op termijn beschikbaar en betaalbaar te houden, zeker gezien de lokale ontwikkelingen op het gebied van jeugdhulp (zie paragraaf ‘Overige ontwikkelingen: ontwikkeling jeugdhulpkosten’).
5.2.3.4 We zetten in op een duurzame aanpak van jeugdoverlast.
In 2025 is de focus verder verschoven van het aanpakken van overlast naar een breder preventief beleid gericht op jongeren. De samenwerking met partners zoals handhaving, politie en jongerenwerk is verstevigd. Er zijn regelmatig werkgroepen bij elkaar gekomen die zowel overlastsituaties aanpakken (vanuit PlusMinMee-methode) als zoeken naar manieren om de relatie met jongeren te versterken, zodat overlast wordt voorkomen. Zo spraken ketenpartners bijvoorbeeld af waar en wanneer ze elkaar ‘op straat’ kunnen treffen, werden evenementen zoals jaarmarkten vooraf doorgesproken en zijn er mogelijkheden verkend om een activiteit te organiseren om de partners met de jongeren in contact te brengen.
In 2025 is er opnieuw extra jongerenwerk ingezet. Zo is de jongereninloop in Kesteren op een tweede avond geopend en werd jongerenwerk ook op scholen aangeboden. Dit zorgde ervoor dat jongeren in verschillende contexten zoals op school, op straat en in hun vrije tijd in beeld kwamen. Daarnaast zijn er beweegactiviteiten georganiseerd, waarbij het jongerenwerk samenwerkte met beweegaanbieders. Door te investeren in een gezonde vrijetijdsbesteding, werd de kans op overlastsituaties verkleind. Het inzetten op de jongere leeftijdsgroep (10-12 jaar) is in 2025 nog niet uitgevoerd vanwege personeelswisselingen binnen het jongerenwerk. De jeugdboa heeft in 2025 een signalerende en handhavende rol vervuld binnen de gemeente. In het jaarverslag veiligheid (zie RIB-20 van 5 maart 2026) is opgenomen wat deze rol heeft bijdragen aan de aanpak van jeugdoverlast.
5.2.3.5 We zetten in op normaliseren en een stevige leefomgeving voor jeugdigen.
Normaliseren is de rode draad in ons jeugdbeleid. In 2025 zijn er verschillende initiatieven geweest die hieraan hebben bijgedragen, zoals ouderavonden ‘Eerste hulp bij opvoeden’, Buurtgezinnen, de inzet van Humanitas, BeWell en prenatale voorlichtingen. Ook zijn er nieuwe initiatieven gestart, zoals de training ‘Ouders van Pubers’ vanuit Eleos en ouderavonden op scholen en bij kerken over ‘digitale samenleving’ (in samenwerking met het diaconaal platform). Daarnaast voerden we met subsidiepartners kwaliteitsgesprekken om de activiteiten beter af te stemmen op de doelen uit de Nota Sociaal Domein. Normaliseren is hierbij een terugkerend thema. Ook de focus op de omgeving van jeugdigen werd versterkt, bijvoorbeeld op het gebied van kinderopvang, school, gezin en vrije tijd. De OKO-aanpak is een goed voorbeeld van deze geïntegreerde benadering. In het voorjaar van 2025 organiseerden we een bijeenkomst om de kerken te betrekken bij de ontwikkeling van de Neder-Betuwse jeugd. Daarnaast zijn er twee netwerkbijeenkomsten gehouden om de samenwerking te bevorderen en belangrijke thema’s onder de aandacht te brengen bij maatschappelijke partners.
5.2.4 Kinderen maken een goede start in het leven en hebben daarin gelijke kansen
5.2.4.1 We creëren een stevige basis tijdens de eerste 1000 dagen van een kind.
In 2025 hebben we de lokale coalitie Kansrijke Start voortgezet en verstevigd. We hebben ons onder andere bezig gehouden met het versterken van de samenwerking binnen de coalitie en het onderzoeken van de mogelijkheden voor multidisciplinair overleg. In 2025 zijn we gestart met het inzetten van een medisch maatschappelijk werker binnen de verloskundigenpraktijk. Dit om laagdrempelig begeleiding te kunnen bieden aan zwangere vrouwen die psychische problematiek ervaren.
Binnen de regionale ketenaanpak Kansrijke Start hebben we gezamenlijk Stevig Ouderschap van de jeugdgezondheidszorg ingekocht. Stevig Ouderschap is een interventie die inzet op intensieve opvoedondersteuning, educatie en preventie vanaf de zwangerschap. In oktober 2025 is de jeugdgezondheidszorg gestart met dit aanbod.
5.2.4.2 We blijven inzetten op de versterking tussen zorg en onderwijs.
In 2025 investeerden we op verschillende manieren in de verbinding tussen onderwijs en zorg om jeugdigen in Neder-Betuwe zich optimaal te laten ontwikkelen. Het schoolmaatschappelijk werk vervult bij uitstek de verbinding tussen onderwijs en zorg op onze scholen. De partners binnen het schoolmaatschappelijk werk hebben in 2025 uitvoering gegeven aan de vernieuwde opdracht. Hierdoor is de samenwerking met de scholen op het gebied van ondersteuning en zorg versterkt.
Vanuit het rijk heeft de gemeente een aantal jaren geleden middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs ontvangen. In 2025 zijn deze middelen besteed aan de continuering van de pilot gericht op een goede overgang van voorschool naar het basisonderwijs voor kwetsbare kinderen. Daarnaast hebben we deze middelen ingezet voor voorlichtingen op scholen aan ouders over onder andere sociaal emotioneel welbevinden, middelengebruik en veilig omgaan met social media. Dit deden we in samenwerking met het Diaconaal Platform.
Tot slot hebben we geïnvesteerd in de samenwerking tussen relevante onderwijs- en zorgpartners, zoals schoolmaatschappelijk werk, leerplicht en de jeugdgezondheidszorg. Met als resultaat dat deze onderwijs- en zorgpartners op dossiers beter contact met elkaar hebben.
