5. WMO, Jeugdzorg en Participatiewet | |||||||||||
Begroting 2025 | Rekening | Verschil | |||||||||
Bedragen x € 1.000,- | Voor wijziging | Na wijziging | 2025 | Begr. na wijz./ Rekening | |||||||
Lasten | 28.169 | 38.158 | 36.855 | -1.304 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | -5.268 | -9.936 | -10.252 | -316 | |||||||
Exploitatieresultaat | 22.901 | 28.222 | 26.602 | -1.620 | |||||||
+= nadeel - = voordeel | |||||||||||
Analyse van het verschil tussen begroting na wijziging en rekening |
|---|

(De begrotingswijziging Jeugdwet omvat ook de bijstellingen van de jaarrekening 2024 én de 2e bestuursrapportage 2024)
Wmo budgetten (voordeel incidenteel € 518.586)
WMO voorzieningen (voordeel incidenteel € 149.178)
Woningaanpassingen (incidenteel voordeel €143.297)
Maatwerkvoorziening is een onderdeel dat relatief lastig te voorspellen is. Het betreft hier veelal materiële ondersteuningsoplossingen zoals woningaanpassingen, Wmo-hulpmiddelen en trapliften. Bij dergelijke afgegeven indicaties waarbij een materiële voorziening voorziet in de ondersteuningsbehoefte, is er geen lineair oplopend verband tussen aantallen en uitgaven te voorspellen. Één afgegeven indicatie kan al veel betekenen voor de uiteindelijke uitgaven. Bij woningaanpassingen is er een voordeel van €143.000. Het voordeel binnen deze kostensoort is incidenteel, omdat op dit moment al bekend is dat er in 2026 enkele duurdere woningaanpassingen plaatsvinden.
Rolstoelvoorzieningen (incidenteel voordeel €40.855)
Het gaat hier om een voordeel van €40.855. Er zijn in 2025 wat vertragingen geweest bij de leverancier van Wmo-hulpmiddelen, Medipoint. Door een fusie zijn er interne problemen ontstaan, die voor vertraging in afhandelingen hebben gezorgd. Dit verklaart deels het overschot. Daarnaast zijn er minder kosten geweest die te danken zijn aan de nieuwe regionale aanbesteding.
Daarnaast is er sprake van enkele kleine verschillen binnen het onderdeel Wmo voorzieningen die hebben geleid tot een incidenteel nadeel van € 34.974 voor 2025.
WMO Zorg (voordeel incidenteel € 151.912)
PGB vervoersvoorzieningen en PGB woningaanpassingen (incidenteel voordeel € 90.511)
Er is voor het jaar 2025 in totaal minder aanspraak gemaakt op de Wmo Pgb’s voor vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen voor in totaal een bedrag van € 90.511.
Hulp bij het huishouden (incidenteel voordeel €79.792)
Er is bij huishoudelijke ondersteuning €79.792 minder uitgegeven dan begroot in 2025. Op een
begroting van €2.205.064 is dit een beperkte onderbesteding van zo’n 3%. Rond de zomerperiode is er sprake geweest van wachttijden vanuit de gemeente, waardoor indicaties later zijn gestart en op zijn geschoven. Dit heeft een klein financieel effect tot gevolg gehad. In de 2e bestuursrapportage 2025 is er €120.000 afgeraamd. Uiteindelijk zijn de kosten nog iets lager uitgevallen dan verwacht. We zien in de cijfers echter wel een structurele stijging van het aantal cliënten en nieuwe instroom. Dit komt vooral door de dubbele vergrijzing (demografische ontwikkeling waarbij niet alleen het aantal ouderen (65+) toeneemt, maar binnen die groep ook het aantal hoogbejaarden (80-plussers) sneller groeit) en het langer zelfstandig thuiswonen. Het voordeel is om deze reden incidenteel te noemen.
Daarnaast is er binnen het onderdeel Wmo Zorg sprake van enkele kleine verschillen die hebben geleid tot een incidenteel nadeel van € 18.391 voor 2025.
Geëscaleerde zorg 18+ (voordeel incidenteel € 217.496)
Het voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er in 2025 meer middelen vanuit de centrumgemeente Nijmegen voor Beschermd Wonen zijn ontvangen (€ 247.000). Dit komt omdat Nijmegen hogere rijksmiddelen heeft gekregen dan op basis van de regiobegroting BW/MO 2025 verwacht. Hiertegenover staat een hogere bijdrage (€ 29.000) voor Maatschappelijke Opvang aan de centrumgemeente. Daarnaast heeft de gemeente middelen ontvangen voor de ambtelijke inzet in de regio. We stellen voor om een bedrag van €247.000 te bestemmen voor 2026. De (sub-) regionale beschikbare middelen zijn meerjarig afhankelijk van de centrumgemeente en daardoor zeer onzeker. Tegelijkertijd lopen de (sub-)regionale verplichtingen en ontwikkelingen door, zoals uitvoering geven aan het Actieplan Dak- en Thuisloosheid en lokale initiatieven in het kader van het versterken van de wijk (waaronder de inzet van een welzijnsconsulent, indicatievrije dagbesteding en de doorontwikkeling van de WijkGGZ). Deze ontwikkelingen hangen nauw samen met het Mentale Gezondheidsnetwerk (MGN) en het AZWA. Daarnaast is er nog onvoldoende duidelijkheid over de financiële prognose regio begroting BW/MO 2026 en meerjarig. Hierdoor bestaat het risico dat het geraamde budget voor (sub-)regionale doelen niet toereikend is. Indien bij de prognose 2026 blijkt dat (een deel van) de middelen niet nodig is, informeren wij u hierover via een bestuursrapportage 2026.
Jeugd budgetten (structureel voordeel € 123.939 voor 2025 en vanaf 2026 € 128.000)
Ambulante jeugdhulp (structureel voordeel €174.186)
Onder de ambulante jeugdhulp vallen regionaal en landelijk ingekochte vormen van behandeling, begeleiding en dagbesteding, zonder verblijfscomponent. In 2025 zijn de kosten per jeugdige aanzienlijk gestegen. Dit heeft twee oorzaken: enerzijds is er een verschuiving naar duurdere zorgvormen ten opzichte van voorgaande jaren, anderzijds is een klein aantal nieuwe cliënten ingestroomd dat zeer intensieve ambulante ondersteuning nodig heeft. In de tweede bestuursrapportage is op basis van de toen verwachte uitgaven een aanzienlijke incidentele bijraming van €1,5 miljoen gevraagd. De uiteindelijke cijfers over 2025 laten zien dat er ten opzichte van dit bijgestelde budget een onderbesteding is van €174.186. De uitgaven voor behandeling en begeleiding zijn uiteindelijk hoger uitgevallen dan begroot, terwijl de uitgaven aan ambulante GGZ-producten juist minder is dan geraamd. Op basis van de cijfers gaan we uit van een structurele onderbesteding ter hoogte van €174.186.
Jeugdhulp met verblijf (structureel nadeel €69.824)
Onder dit taakveld vallen jeugdhulpproducten met een verblijfscomponent, zowel regionaal als landelijk ingekocht. In vergelijking met ambulante jeugdhulp wordt hier minder gebruik van gemaakt, maar deze producten zijn aanzienlijk duurder. Net als bij ambulante jeugdhulp stegen in 2025 de kosten per jeugdige. Dit werd vooral veroorzaakt door enkele jeugdigen met een complexe zorgvraag die intensieve verblijfszorg nodig hadden. Voor deze producten is in de tweede bestuursrapportage een bijraming van €650.000 gevraagd. Ten opzichte van deze bijgestelde raming is uiteindelijk een tekort van €69.824 ontstaan. Dit komt door de instroom van enkele jeugdigen die gebruik maken van een relatief dure ondersteuningsvorm in de laatste maanden van het jaar. We gaan uit van een structurele overschrijding.
Jeugdbescherming (structureel nadeel €50.373)
Onder dit taakveld vallen de kosten voor het uitvoeren van de jeugdbeschermings maatregelvoorzieningen. Sinds 2021 is het aantal jeugdigen met een dergelijke maatregel sterk afgenomen. Deze daling lijkt echter niet te wijzen op een verminderde behoefte, maar is het gevolg van aanhoudende personeelstekorten binnen de jeugdbeschermingsketen. In de tweede bestuursrapportage is daarom structureel €150.000 teruggegeven. Het gebruik van deze zorgvorm blijft lastig te voorspellen, omdat het aantal hulpvragen hoger ligt dan de daadwerkelijke inzet door de personele tekorten. De werkelijke uitgaven over 2025 liggen hoger dan het geraamde budget, voornamelijk door een lichte stijging van het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in de laatste maanden van 2025. We gaan uit van een structurele overschrijding van €50.373.
PGB (structureel voordeel €72.648)
Onder dit taakveld vallen alle persoonsgebonden budgetten (PGB’s) die de gemeente op grond van de Jeugdwet verstrekt. Met een PGB kunnen inwoners zelf jeugdhulp inkopen, waarbij binnen onze gemeente de nadruk ligt op ambulante jeugdhulp. In de afgelopen jaren nam het gebruik van deze zorgvorm toe, wat leidde tot stijgende kosten. Daarom is in de tweede bestuursrapportage een bijraming van € 100.000 voorgesteld. De werkelijke cijfers over 2025 laten zien dat de kosten lager uitvallen dan geraamd.
Bij de aanvraag van een PGB schatten we vooraf in welk bedrag nodig is om de ondersteuning te dekken. In de praktijk wordt echter vaak een deel van de gereserveerde middelen niet gebruikt. Dit verschil wordt aan het einde van het boekjaar vastgesteld. Hoewel hiermee rekening is gehouden bij de bijraming in de tweede bestuursrapportage, kunnen we het uiteindelijke bedrag vooraf nooit volledig voorspellen. Hierdoor valt het voordeel hoger uit dan verwacht. Op basis van deze cijfers gaan we uit van een structurele onderbesteding van €72.648.
Overige kleine verschillen binnen het budget jeugd hebben voor 2025 geleid tot een incidenteel nadeel van €2.698.
In 2025 bedroegen de werkelijke uitgaven voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet €11.674.584. Dit is €129.956 lager dan de bijgestelde raming van €11.804.542, een marginaal verschil. In de tweede bestuursrapportage 2025 is slechts een deel van de tekorten structureel aangevraagd, omdat destijds onvoldoende zicht bestond op het structurele karakter van deze tekorten. Hierdoor wijken de totale uitgaven in 2025 aanzienlijk af van het voor 2026 geraamde budget van €10.100.000. Inmiddels is er meer inzicht verkregen in het structurele karakter van de tekorten, en wordt hier in de eerste bestuursrapportage 2026 op teruggekomen.
Participatie budgetten (voordeel incidenteel € 330.131 in 2025, vanaf 2026 nadeel structureel € 10.000 oplopend naar € 25.000)
Inkomensregeling (voordeel incidenteel € 311.665 voor 2025 en voor 2026 een nadeel van € 10.000 en vanaf 2027 structureel nadeel van € 25.000)
Inkomensregelingen BUIG (incidenteel voordeel € 275.481)
In 2025 vond de ontvlechting van de uitvoering van de Participatiewet door gemeente Buren plaats. Tegelijkertijd bereidde Werkzaak zich voor op de invlechting van onze gemeente in de GR. De kosten die gemaakt werden voor de voorbereidingen in 2025 vielen € 70.271 lager uit dan geraamd. Mogelijk volgt een deel van de verwachte kosten alsnog in 2026. De verwachting is dat dit binnen de begroting in 2026 op te vangen is. Daarnaast zijn er extra rijksmiddelen (€48.408) ontvangen voor verbetering van de toekomstbestendigheid van de infrastructuur om de Participatiewet uit te voeren. Hiermee was in de begroting nog geen rekening gehouden. In voorgaande jaren zijn kredieten verstrekt in het kader van de Tijdelijke Ondersteuning Zelfstandig Ondernemers (TOZO, i.v.m. coronamaatregelen) en het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz). Ontvangsten uit aflossingen voor deze regelingen betalen we (grotendeels) terug aan het Ministerie van SZW. Het bedrag van de openstaande vorderingen staat om die reden ook als “terug te betalen aan het Rijk” opgenomen op de balans. Gebleken is dat op basis van de openstaande vorderingen per 31 december 2025 de terugbetaling aan het Rijk lager is dan bedragen opgenomen op de balans als terugbetaling. Deze correctie heeft een incidenteel voordeel van € 223.645. Na de beoordeling van de openstaande vorderingen debiteuren is er een bedrag van € 57.915 afgeboekt aan oude vorderingen. De noodzakelijke hoogte van de voorziening oninbare debiteuren Werk en Inkomen wordt ingeschat op € 341.462. Daarmee is er vanuit de exploitatie een storting in de voorziening dubieuze debiteuren noodzakelijk geweest van € 26.018 ter afdekking van het risico dat vorderingen niet betaald worden. Samen met een nadeel door hogere uitgaven BUIG (€ 25.411), de afwikkeling van voorgaande jaren (€ 70.984) en een voordeel door meer opgeboekte terugvorderingen dan begroot (€ 38.935) en overige kleine verschillen (€ 16.635), bedraagt het totale incidentele voordeel voor 2025 € 275.480.
Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz 2024) (incidenteel voordeel €44.065)
Er zijn in 2025 door gemeente Buren geen bedrijfskredieten verstrekt en geen onderzoeken gedaan in het kader van de Bbz. Dat levert een voordeel op van € 91.027. Daar staat tegenover dat de baten ook € 46.962 lager zijn dan begroot. Per saldo resteert daarom een voordeel van € 44.065.
Bijzondere Bijstand (structureel nadeel €14.947 in 2025, € 10.000 in 2026 en € 25.000 vanaf 2027)
In 2025 is met name meer Individuele inkomenstoeslag (IIT) toegekend. Dit is een tegemoetkoming (artikel 36 van de Participatiewet) voor inwoners die meer dan drie jaar moeten rondkomen van een inkomen tot 105% van de bijstandsnorm en daardoor niet in staat zijn te reserveren voor grote uitgaven. Er is €48.052 meer toeslag uitgegeven dan begroot. De verwachting is dat de gefaseerd in te voeren Participatiewet in Balans (waarbij de aanvraag vereenvoudigd wordt) ook in de toekomst leidt tot hogere uitgaven voor de IIT. In de Eerste bestuursrapportage 2026 stellen we daarom het budget IIT omhoog bij (met €10.000 in 2026 en €25.000 vanaf 2027). Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 is gemeenten gevraagd huishoudens die door een samenloop van verschillende (fiscale) regelingen onder het bestaansminimum komen, te compenseren op grond van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap). Daarvoor zijn in 2025 middelen vrijgemaakt. Maar de uitvoering vindt pas vanaf 2026 plaats. Daarom stellen we voor €15.000 te bestemmen om de uitvoeringskosten met betrekking tot 2025 te kunnen dekken. Met overige verschillen (€ 18.105 voordeel) waarvoor geen toelichting nodig is, blijft er per saldo een (grotendeels incidenteel) nadeel van €14.947 over.
Uitvoeringskosten schuldhulpverlening (incidenteel voordeel €5.476)
De uitvoering van de schuldhulpverlening is in 2025 alsnog door de gemeente Buren uitgevoerd, waarvoor de volledige uitvoeringskosten van de dienstverleningsovereenkomst schuldhulpverlening betaald zijn aan de gemeente Buren (nadeel € 92.889). De schuldhulpverlener in dienst van onze gemeente is gedetacheerd aan de gemeente Buren, waarvoor een detacheringvergoeding is ontvangen (voordeel € 30.308) in 2025. Daarnaast heeft er een compensatie plaatsgevonden vanuit het Rijk voor de uitvoering van de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire (voordeel €53.010). Met deze inkomsten was in de begroting nog geen rekening gehouden. De kleine verschillen binnen dit budget veroorzaken nog een klein voordeel (€15.047) waarvoor geen toelichting nodig is. Per saldo een incidenteel voordeel van €5.476.
Pas medio 2025 is er een schuldhulpverlener in dienst gekomen wat ook een voordeel oplevert op de geraamd formatie kosten (€ 40.000). Dit voordeel ziet u verantwoord onder programma Algemene middelen, taakveld 0.4 overhead.
Verder is er binnen het onderdeel inkomensregelingen sprake van enkele kleine verschillen die hebben geleid tot een incidenteel voordeel van €1.590 voor 2025.
WSW en beschut werk (incidenteel voordeel €43.215)
Binnen het onderdeel WSW en beschut werk is sprake van enkele kleine voordelen die in totaliteit hebben geleid tot een incidenteel voordeel van €43.215 voor 2025.
Arbeidsparticipatie (incidenteel nadeel €24.749)
In 2025 zijn er minder Inburgeringsmiddelen (€318.818) besteed dan geraamd, mede doordat er minder statushouders zijn gehuisvest en er wachttijden ontstonden voor inburgeringstrajecten. De dit jaar onbenutte rijksmiddelen vormen in volgende jaren dekking voor de uitgaven die dan plaatsvinden. SPUK-middelen die we ook in de komende jaren niet benutten, zullen we iteindelijk terug moeten betalen aan het Rijk. Daarom reserveren we de niet bestede Rijksgelden op de derdengeldenrekening Inburgering ter dekking van toekomstige uitgaven of terugbetaling aan het Rijk. Dit heeft per saldo een budgettair neutraal effect in de jaarrekening 2025. Daarnaast is er sprake van een overschrijding van € 31.426 het re-integratiebudget, doordat gemeente Buren meer kosten voor re-integratie in rekening bracht dan waar rekening mee werd gehouden. Dit resulteert, met een klein voordelig verschil van € 6.677 dat geen toelichting behoeft, in een incidenteel nadeel van € 24.749 voor het onderdeel Arbeidsparticipatie.
Overige Sociaal Domein (voordeel incidenteel € 647.426 in 2025, vanaf 2026 structureel € 25.000)
Preventiebudgetten (voordeel incidenteel € 527.587 en vanaf 2026 structureel € 25.000)
Preventief Budget 3D (voordeel incidenteel € 25.926)
De kosten zijn in 2025 incidenteel lager uitgevallen dan verwacht. Dit is onder andere te verklaren door middelen die vanuit GALA zijn ingezet voor het preventieteam, een verminderd gebruik van de Kernpuntlocaties in de dorpen en een lager dan verwachte uitgave voor het dashboard Wmo/Jeugd in 2025. Bovendien zal het nieuwe onderzoeksbureau in 2026 beginnen met het cliëntervaringsonderzoek over het jaar 2025. De opstartkosten voor dit onderzoek worden gefactureerd na de start in 2026. Het daarvoor gereserveerde budget is nog opgenomen in het budget van 2025.
Regionale inkoop WMO en Jeugd (voordeel incidenteel € 16.186)
De kosten voor de dienstverleningsovereenkomst met de Regio Rivierenland op het gebied van
leveranciersmanagement Wmo en Jeugd vielen in 2025 incidenteel lager uit. Dit had voornamelijk te maken met personele zaken, zoals openstaande vacatures.
Consultatie en advies sociaal domein (voordeel incidenteel €12.356)
Er is in 2025 incidenteel minder gebruik gemaakt van de verschillende externe adviesdiensten.
Deskundigheidsbevordering sociaal domein (voordeel structureel € 24.652)
Vanaf 2025 betalen we deze abonnementskosten voor het handboek Jeugdwet en Wmo van Schulinck uit het ICT budget. Het geraamde bedrag van € 25.000 wordt structureel teruggegeven. Verwerking daarvan vanaf 2026 zal plaatsvinden in de 1e bestuursrapportage 2026.
Relatieloket (Incidenteel voordeel van €38.925)
Met het budget voor het relatieloket richten we ons op effectieve ondersteuning bij complexe
scheidingen/relatiebreuken om schade bij kinderen ten gevolge hiervan te minimaliseren. De kosten over 2025 vallen incidenteel lager uit dan geraamd. Dit heeft twee oorzaken. Ten eerste konden we de kosten voor een preventieve training voor aanstaande ouders incidenteel betalen vanuit een ander budget. Dit leidt tot een eenmalig voordeel van €15.000. Daarnaast is de gezinsondersteuner relaties later gestart dan gepland (november in plaats van september 2025), wat zorgt voor een incidenteel voordeel van ongeveer €20.000. Samen met enige kleine verschillen is het totale voordeel €38.925. Voor 2026 verwachten wij hogere uitgaven dan het huidige geraamde bedrag van €35.861. De aanvullende middelen zijn met name nodig voor de inhuur van de gezinsondersteuner relaties en voor de uitvoering van een tweede trainingsgroep binnen het openbaar onderwijs voor jeugdigen (8–12 jaar) die te maken hebben met een scheiding of relatiebreuk van hun ouders. Gelet hierop stellen we voor het incidentele overschot over te hevelen naar 2026, zodat de voorgenomen activiteiten in dat jaar volledig kunnen worden uitgevoerd.
Preventief Budget 3D Jeugd (incidenteel voordeel van €100.000)
Van dit budget betalen we alle activiteiten in het preventief kader gericht op jeugd . In 2025 zijn de lasten lager uitgevallen dan begroot. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat het geraamde budget voor de inzet van de POH-GGZ jeugd niet gebruikt is. Dit heeft twee redenen. Er was in 2025 sprake van lagere inzet van de POH-GGZ Jeugd. In de laatste vier maanden van 2025 is geen POH-GGZ Jeugd actief geweest binnen onze gemeente. De raad is hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief (Z/25/107548/256614). Dit leidt tot een incidenteel voordeel van €27.236. Daarnaast konden de gemaakte kosten voor de inzet van de POH-GGZ jeugd (jan-aug 2025), ter hoogte van €72.764, bekostigd worden uit resterende IZA-middelen die eind 2025 ter beschikking zijn gekomen vanuit de gemeente Tiel.
Opvang Oekraïense ontheemden (incidenteel voordeel €96.000)
Sinds de oorlog in Oekraïne vangt Neder-Betuwe Oekraïense vluchtelingen op. Gemeenten maken kosten voor de opvang waarvoor zij op grond van de “Regeling opvang ontheemden Oekraïne” een vergoeding van het Rijk krijgen. Per saldo hebben we een incidenteel voordeel van €96.000. Dit voordeel wordt grotendeels verklaard door een hogere normvergoeding vanuit het Rijk in 2025, doordat we meer opvangplekken hebben aangeboden dan vooraf was voorzien. We hebben een woning in eigendom van de gemeente beschikbaar gesteld voor opvang. Aangezien de woning gemeentelijk eigendom is, zijn de kosten beperkt gebleven. De gemeente heeft hiervoor wel een vergoeding gekregen.
Asielbeleid (voordeel incidenteel €85.000)
De gemeenteraad heeft in maart 2025 €55.000 beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek naar een potentiële locatie voor de opvang van asielzoekers. Daarnaast hebben wij in de Septembercirculaire €32.778 ontvangen vanuit het Rijk voor de voorbereidingen vanuit de Spreidingswet. Het totaal budget kwam daarmee op €87.778. Het haalbaarheidsonderzoek naar de opvanglocatie is gepauzeerd, waardoor er maar een klein bedrag is uitgegeven (€2.717). Er is daardoor een incidenteel voordeel van €85.061. De verwachting is dat we doorgaan met de voorbereiding en het onderzoek vanuit de Spreidingswet na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026. Voor 2026 is er geen budget begroot voor deze werkzaamheden. Het voorstel is daarom om het restant budget te bestemmen naar 2026.
Toezicht en handhaving kinderopvang (incidenteel voordeel € 22.000)
In totaal hebben we ongeveer €86.000 begroot voor toezicht en handhaving voor kinderopvang en gastouderopvang. In 2025 heeft de GGD alle inspecties volgens afspraak (inclusief extra inspecties binnen de gastouderopvang) uitgevoerd. De werkelijke kosten hiervoor zijn uitgekomen op ongeveer €58.000. Daartegenover staat dat de kosten voor sociaal medische indicaties kinderopvang ongeveer €6.000 hoger zijn uitgevallen dan begroot. Bij elkaar zorgt dit voor een incidenteel voordeel van circa €22.000.
Algemene preventie/jeugdgezondheidszorg (incidenteel voordeel € 40.000)
Op dit budget zijn middelen voor de uitgaven aan de GGD geraamd, maar verschillende kosten hebben we ondergebracht onder Rijksgelden OAB en Rijksgelden voor de opvang van Oekraïners. Hierdoor zijn onze eigen middelen niet volledig benut. Dit levert een incidenteel voordeel op van ongeveer € 40.000.
Verder is er binnen de preventiebudgetten sprake van enkele kleine verschillen die in totaal hebben geleid to een incidenteel voordeel van € 66.542 voor 2025.
Volksgezondheidsbudgetten (incidenteel voordeel van €119.839)
Bevordering overige gezondheidszorg (incidenteel voordeel € 84.203)
Er zijn structureel middelen begroot voor communicatie-uitingen en informatievoorziening rondom vaccinaties. De GGD zet hierop in vanuit middelen die zij als gemeenschappelijke regeling jaarlijks ontvangen. De lokale middelen ad € 14.750 die hiervoor begroot zijn, zijn onbenut gebleven waardoor een financieel voordeel is ontstaan. Daarnaast is op het budget van de uniforme taken die de GGD uitvoert €12.398 minder uitgegeven. Een gemeenschappelijke regeling (GGD) kan de BTW op de kosten onder voorwaarden via de zogenoemde btw-transparantie methode doorschuiven naar de deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten kunnen de doorgeschoven btw compenseren bij het BTW-compensatiefonds. Pas aan het einde van het jaar kunnen we zien om welk bedrag het exact gaat. Voor 2025 gaat het om een bedrag van € 12.398, waarmee in de raming geen rekening was gehouden. Tot slot zijn er in 2025 subsidies verleend die betaald konden worden uit de ontvangen middelen van SPUK-IZA. Deze kosten zijn daarom verantwoord bij de IZA gerelateerde kosten. Zie ook de toelichting bij oorzaak 3. Dit levert een voordeel op van € 57.055.
Brede SPUK GALA (incidenteel voordeel € 11.591)
Jaarlijks ontvangt de gemeente van het Rijk midden vanuit de Brede SPUK-regeling voor de uitvoering van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Op grond van de Iv3 worden deze GALA gelden verantwoord binnen de gemeentelijke begroting op verschillende taakvelden. Naast de uitgaven voor de uitvoering van GALA doelen komen ook de kosten voor personele inzet in aanmerking voor vergoeding vanuit deze SPUK. Voor dit taakveld levert de vergoeding voor personele inzet een incidenteel financieel voordeel op van €11.591. De niet uitgegeven Rijksmiddelen reserveren we in de derdengelden voor uitgaven in 2026 of terugbetaling aan het Rijk.
IZA (incidenteel voordeel € 3.954)
De gemeente heeft een bedrag (€145.762) vanuit de SPUK-IZA die laat in het jaar door mandaatgemeente Tiel aan de regiogemeenten is uitgekeerd. Hieruit konden we verschillende zaken betalen, zoals inzet POH jeugd, subsidie Iris zorg en Pro Persona (€123.808). De niet uitgegeven Rijksmiddelen (€ 18.000) reserveren we in de derdengelden voor terugbetaling aan de gemeente Tiel. Per saldo levert dat een incidenteel financieel voordeel op van € 3.954. De gaat over de kosten voor personele inzet voor uitvoering van de IZA (Integraal Zorgakkoord) die in aanmerking komen voor vergoeding.
Overige kleine verschillen (€ 20.091 incidenteel voordeel) op een aantal budgetten binnen dit taakveld waarvoor geen toelichting nodig is.
