Personeelslasten
Hieronder treft u de totale personeelslasten over 2025 aan. Dit is onderdeel van het taakveld overhead. De personeelslasten bestaan uit vier onderdelen:
a) personeelslasten (burger)raadsleden, college, griffie, voormalig wethouders en nabestaanden;
b) personeelslasten ambtelijke organisatie (inclusief inhuur derden);
c) overige personeelslasten;
d) overige afdelingsbudgetten.
In onderstaande tabel wordt per onderdeel de onder- en/of overschrijding vermeld. U krijgt een toelichting per onderdeel.
Personeelslasten 2025 | |
A. Personeelslasten raadsleden, college, griffie, enz. | -2.000 |
|---|---|
B. Personeelslasten ambtelijke organisatie (inclusief inhuur derden) | 630.000 |
C. Overige personeelslasten | -601.000 |
D. Overige afdelingsbudgetten | 87.000 |
Verschil (onderschrijding) | 114.000 |
A. Personeelslasten (burger)raadsleden, college, griffie en pensioen voormalig wethouders en nabestaanden
In de begroting 2025 is voor deze onderdelen een bedrag opgenomen van € 1.253.000. De werkelijke personeelslasten in 2025 zijn € 1.255.000. In dit jaar is er per saldo een overschrijding te melden van in totaal € 2.000. Dit behoeft geen verdere toelichting.
Personeelslasten (burger)raadsleden, college, griffie en pensioen voormalig wethouders en nabestaanden 2025 | |
Begroting | 1.253.000 |
|---|---|
Werkelijk | 1.255.000 |
Verschil (onderschrijding) | -2.000 |
B. Personeelslasten ambtelijke organisatie (inclusief inhuur derden)
In de begroting 2025 is een bedrag opgenomen van € 16,8 miljoen. De werkelijke personeelslasten zijn
€ 13,8 miljoen. Dit houdt in dat er een voordeel van € 3,0 miljoen is ontstaan. Dit gaat om niet ingevulde vacatures binnen de organisatie. De formatie (incl. vacatures) op 31 december 2025 bedroeg 188,53 fte.
Personeelslasten ambtelijke organisatie 2025 | |
Begroting | 16.834.000 |
|---|---|
Werkelijk | 13.752.000 |
Verschil (onderschrijding = vrijval vacaturegelden) | 3.082.000 |
Bij het invullen van vacatures wegen we af hoe we dit doen. Vooraf wordt de afweging gemaakt om een medewerker in dienst te nemen (tijdelijk of vast) of extern in te huren. Zo ontstaat een vaste kern (medewerkers in dienst) en een flexibele schil (inhuur). De vrijval van vacaturegelden worden ingezet voor de inhuur van derden.
Inhuur derden
Het budget inhuur derden wordt gevormd door twee onderdelen. Het eerste onderdeel is het budget voor inhuur. Dit is opgenomen in de begroting 2025 (na wijziging). Ten tweede wordt de onderschrijding van de personeelslasten ambtelijke organisatie ingezet (zie onderdeel B). Dit gaat over de beschikbare loonsom van openstaande vacatures, de vrijval van vacaturegelden. Dit betekent dat er een totaalbedrag van € 4,2 miljoen beschikbaar was voor de inhuur van derden in 2025.
Budget inhuur derden 2025 | |
Begroting | 1.085.000 |
|---|---|
Vrijval vacaturegelden | 3.082.000 |
Totaal budget inhuur derden | 4.167.000 |
Uitgaven inhuur derden
In totaal is er in 2025 een bedrag van € 3,5 miljoen besteed aan inhuur van derden. Dit is inclusief de vervanging van personeel bij ziekte. In 2025 is hierdoor een onderschrijding ontstaan van € 630.000.
Uitgaven inhuur derden 2025 | |
Budget inhuur derden | 4.167.000 |
|---|---|
Uitgaven inhuur derden | 3.537.000 |
Verschil (onderschrijding) | 630.000 |
Toelichting onderschrijding inhuur derden
Voor het grootste deel is dit voordeel ontstaan door een in werkelijkheid lager gerealiseerde terugverdiencapaciteit op taakveld 8.1 (€ 398.000) en taakveld 8.3 (€ 71.000). Dit betreft een bedrag van afgerond € 469.000. Het nadeel van deze twee taakvelden heeft tot gevolg dat vanuit de flexibele schil op de personeelsstaat een voordeel is van gelijke omvang van afgerond € 469.000. Zodoende heeft dit per saldo een budgettair neutraal effect op deze jaarstukken.
Daarnaast zijn er uren verantwoord op andere plaatsen in de exploitatie buiten het betreffende inhuur budget van de fysieke pijler. Deze uren zijn rechtstreeks verantwoord en doorbelast op budgetten waarvoor separaat (voorbereidings)kredieten en exploitatiebudgetten beschikbaar zijn gesteld. Het betreft uren voor o.a. de initiatieven en projecten MFC, Fructus, de Randweg Opheusden, rondweg Ochten, Medel, Casterhoven, Dijkverzwaring, Veerhaven Ochten, Groene uitstraling gemeente en Onderwijshuisvesting. Hierdoor is een aanvullend voordeel ontstaan op de post inhuur derden binnen de personeelsstaat.
Bovenstaande tweetal onderwerpen, verlaagde terugverdiencapaciteit en een directe urenverantwoording op onderdelen buiten het reguliere budget inhuur derden van de fysieke pijler, verklaren in totaliteit het voordeel van afgerond € 630.000.
C. Overige personeelslasten
In de begroting 2025 is een bedrag van € 1,2 miljoen opgenomen voor overige personeelslasten. Dit betreft onder andere het wendbaarheidsbudget, reiskosten woon-werkverkeer van het personeel, juridische advisering, secundaire arbeidsvoorwaarden, jubilea, verzekeringen, ARBO, ontvangsten van derden, storting in voorzieningen, enzovoort. De werkelijke overige personeelslasten in 2025 zijn € 1,8 miljoen. In 2025 is hierdoor een overschrijding ontstaan van € 601.000.
Overige personeelslasten 2025 | |
Begroting | 1.178.000 |
|---|---|
Werkelijk | 1.779.000 |
Verschil (overschrijding) | -601.000 |
Toelichting onderschrijding overige personeelslasten
Wendbaarheidsbudget (incidenteel voordeel € 245.000)
Door het niet inzetten van het wendbaarheidsbudget in 2025 is er een incidenteel voordeel ontstaan van
€ 245.000. Het is niet noodzakelijk geweest om knelpunten en onverwachte ontwikkelingen ten laste te brengen van dit budget.
Dotatie voorziening wethouderspensioenen (incidenteel nadeel € 798.000)
Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en overgedragen aan ABP. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is in het voorjaar van 2025 een prognose gemaakt van het benodigd vermogen op 1 januari 2028 op basis van inkoop Wtp bij ABP en de hoogte van de verplichting per 1 januari 2025. Ook is op basis van bovengenoemd onderzoek bekend dat de benodigde overdrachtswaarde tussen 10% en 20% hoger is dan de beschikbare voorzieningen en eventuele aanwezige kapitaalverzekeringen. Voor onze voorziening wethouderspensioenen betekent dit een stijging van ruim 19,7%. Dit wordt met name veroorzaakt door de hoge dekkingsgraad bij het ABP.
Decentrale overheden die aan het recente onderzoek naar de omvang van de overdrachtswaarde van Appa naar ABP hebben meegedaan, dienen bij de verantwoording over begrotingsjaar 2025 de hoogte van de voorziening en eventueel aanwezige kapitaalverzekeringen per 31 december gelijk te stellen aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek. Dit betekent een dotatie in de voorziening van in totaal € 798.000.
Dotatie voorziening verlofsparen (incidenteel nadeel € 19.000)
In 2023 is er conform de regels van het besluit, begroting en verantwoording (BBV) een voorziening verlofsparen gevormd. Jaarlijks moeten uurlonen worden geactualiseerd en stortingen en onttrekkingen worden verwerkt. Per saldo betekent dit in 2025 een incidenteel nadeel van € 19.000.
Overige kleine verschillen (incidenteel nadeel € 29.000)
Per saldo heeft een nadeel van € 29.000 betrekking op overige kleine verschillen. Dit behoeft geen verdere toelichting in dit document.
D. Overige afdelingsbudgetten
Binnen het taakveld Overhead (onderdeel personeelslasten) zijn ook de afdelingsbudgetten opgenomen zoals bewust belonen, opleidingsbudget, afdelingsbudget, enzovoort. In 2025 is hiervoor € 485.000 geraamd. De werkelijke kosten voor dit onderdeel is een bedrag van € 398.000. Per saldo is er in 2025 een voordeel ontstaan van € 87.000.
Overige afdelingsbudgetten 2025 | |
Begroting | 485.000 |
|---|---|
Werkelijk | 398.000 |
Verschil (onderschrijding) | 87.000 |
Toelichting overschrijding overige afdelingsbudgetten
Opleidingsbudget (incidenteel voordeel van € 73.000)
Het opleidingsbudget is gebaseerd op de formatieomvang. Een deel van deze formatie (o.a. de projectorganisatie) wordt d.m.v. inhuur extern ingevuld. Deze medewerkers doen sowieso geen beroep op dit budget. Daarnaast zien we gedurende het jaar dat trainingen en cursussen door omstandigheden (ziekte; tijdgebrek; onvoldoende aanmeldingen) worden uitgesteld of afgelast. Hierdoor is een incidenteel voordeel ontstaan van € 73.000.
Overige kleine verschillen (incidenteel voordeel € 14.000)
Per saldo heeft een voordeel van € 14.000 betrekking op overige kleine verschillen. Dit behoeft geen verdere toelichting in dit document.
Ziekteverzuim
Het gemiddelde voortschrijdend ziekteverzuim in 2025 bedroeg 6,1%, een lichte stijging ten opzichte van 2024 (5,8%). In de eerste maanden van 2025 lag het verzuim hoger dan een jaar eerder, onder meer door de (landelijke) toename van griepachtige klachten en een duidelijke piek in ziekmeldingen in die periode. In de zomermaanden daalde het verzuim juist zichtbaar, wat past binnen het gebruikelijke seizoenspatroon.
Het verzuimniveau ligt daarmee in lijn met het beeld in de sector openbaar bestuur, waar het landelijk verzuim in het vierde kwartaal van 2025 uitkwam op 5,6%. Een vergelijking met het gemiddelde verzuim binnen de gemeentelijke sector over 2025 is op dit moment nog niet mogelijk, omdat deze cijfers nog niet zijn gepubliceerd.
Voorziening wethouderspensioenen
De stand van de voorziening wethouderspensioenen per 01-01-2025 was € 439.190. In 2025 is er een bedrag van € 434.302 gestort in de voorziening wethouderspensioenen. Daarnaast is er een aanvullende noodzakelijke dotatie uitgevoerd in de voorziening van in totaal € 798.000 (zie toelichting). Drie wethouders ontvingen een maandelijkse pensioenuitkering ten laste van deze voorziening. In totaal was dit een bedrag van € 29.939. Per saldo betekent dit dat de stand van de voorziening wethouderspensioenen per 31-12-2025 € 1.641.109 bedraagt.
Voorziening wethouderspensioenen 2025 | |
Stand voorziening 1-1 | 439.190 |
|---|---|
Storting ontvangen kapitaal A.S.R. | 434.302 |
Aanvullende storting o.b.v. prognose 1-1-2028 | 797.555 |
Uitbetaalde pensioenuitkeringen | -29.939 |
Stand voorziening 31-12 | 1.641.109 |
Toelichting voorziening wethouderspensioenen
Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en overgedragen aan ABP. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is in het voorjaar van 2025 een prognose gemaakt van het benodigd vermogen op 1 januari 2028 op basis van inkoop Wtp bij ABP en de hoogte van de verplichting per 1 januari 2025. Ook is op basis van bovengenoemd onderzoek bekend dat de benodigde overdrachtswaarde tussen 10% en 20% hoger is dan de beschikbare voorzieningen en eventuele aanwezige kapitaalverzekeringen. Voor onze voorziening wethouderspensioenen betekent dit een stijging van ruim 19,7%. Dit wordt met name veroorzaakt door de hoge dekkingsgraad bij het ABP.
Decentrale overheden die aan het recente onderzoek naar de omvang van de overdrachtswaarde van Appa naar ABP hebben meegedaan, dienen bij de verantwoording over begrotingsjaar 2025 de hoogte van de voorziening en eventueel aanwezige kapitaalverzekeringen per 31 december gelijk te stellen aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek. De prognose van het benodigde vermogen is in totaal een bedrag van € 4.843.000. Dit betekent een dotatie in de voorziening van in totaal € 798.000.
De stand van de voorziening per 31-12-2025 is € 1.641.109. Op basis van de informatie van A.S.R. is de garantiewaarde van het kapitaal wat bij hen is ondergebracht per 31-12-2025 € 3.201.891. Dit betekent dat gemeente Neder-Betuwe een bedrag van € 4.843.000 beschikbaar heeft voor de (toekomstige) verplichtingen van de wethouderspensioenen.
Op het kapitaal bij A.S.R. is een rendementsgarantie van 3% van toepassing. Het uitkeren van een deel van het kapitaal is alleen mogelijk wanneer een wethouder daadwerkelijk met pensioen gaat of de AOW-leeftijd bereikt. Het is dan ook niet mogelijk om het overschot uit te laten keren. Het is slechts mogelijk om het volledige kapitaal wat bij A.S.R. is opgebouwd uit te laten keren waarmee de regeling bij A.S.R. komt te vervallen.
Voorziening verlofsparen
Op basis van de Cao Gemeenten kunnen medewerkers verlofsparen. Dit is bedoeld om werknemers in staat te stellen uren op te bouwen voor levensfasebewust werken, zoals het opnemen van een langere periode van verlof tijdens de loopbaan of het eerder stoppen met werken. Het stelt medewerkers in staat om niet-opgenomen uren uit het Individueel Keuzebudget (IKB) of bovenwettelijke vakantie-uren fiscaal vriendelijk te sparen, waarbij deze uren niet vervallen.
De stand van de voorziening verlofsparen per 01-01-2025 was € 193.000. In 2025 is er een bedrag van
€ 78.000 gestort in de voorziening verlofsparen. Deze dotatie heeft enerzijds betrekking op de toevoeging van bovenwettelijke vakantie-uren aan het verlofbudget verlofsparen en anderzijds een actualisatie van de uurlonen. In 2025 is er in totaal een bedrag van € 59.000 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de daadwerkelijke opname van het spaarverlof. Per saldo betekent dit dat de stand van de voorziening verlofsparen per 31-12-2025 € 212.000 bedraagt.
Voorziening verlofsparen 2025 | |
Stand voorziening 1-1 | 193.000 |
|---|---|
Dotatie 31-12 | 78.000 |
Opname spaarverlof | -59.000 |
Stand voorziening 31-12 | 212.000 |
Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU)
De RVU geeft medewerkers de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een uitkering om de periode tussen ontslag en de AOW-gerechtigde leeftijd te overbruggen. Medewerkers kunnen deelnemen aan de RVU als zij voldoen aan de wettelijke en fiscale voorwaarden en de strikte bepalingen die in de Cao Gemeenten zijn opgenomen. Hierdoor kan slechts een zeer beperkt aantal medewerkers gebruik maken van de RVU.
De stand van de voorziening RVU per 01-01-2025 was € 30.000. In 2025 maken inmiddels twee medewerkers gebruik van de RVU. Dit betekent een dotatie van in totaal € 25.000. In 2025 is er werkelijk een bedrag van € 24.000 uitgekeerd. Per saldo betekent dit dat de stand van de voorziening RVU per 31-12-2025 € 31.000 bedraagt.
Voorziening RVU 2025 | |
Stand voorziening 1-1 | 30.000 |
|---|---|
Dotatie 31-12 | 25.000 |
Uitbetaalde RVU-uitkering | -25.000 |
Stand voorziening 31-12 | 30.000 |
