2.2 Inwoners van Neder-Betuwe kunnen vertrouwen op goede en tijdige hulp en ondersteuning van de hulpdiensten en BOA's |
|---|
Wat wilden we bereiken? | Wat zouden we daarvoor doen? | Realisatie | Wanneer speelt het? |
|---|---|---|---|
2.2.1 | 2.2.1.1 | continu | |
2.2.1.2 | jaarlijks | ||
2.2.2 | 2.2.2.1 | continu | |
2.2.2.2 | continu | ||
2.2.3 | 2.2.3.1 | continu |
In 2025 is hiervoor het volgende gedaan |
|---|
2.2.1 Bevordering van de openbare orde en veiligheid in Neder-Betuwe
2.2.1.1 We zetten in op optimale inzet van onze wijkagenten.
In 2025 zijn de zorgen over de capaciteit van de politie blijven bestaan. De basisnorm is onvoldoende haalbaar binnen de eenheid Oost-Nederland en dus ook in Neder-Betuwe. Door wisselingen in functies, vertrekkende agenten en het lastig op kunnen vullen van vacatures is ook in Neder-Betuwe de norm niet altijd gehaald.
De afstemming tussen politie en gemeente is in 2025 goed verlopen. Op diverse thema's zochten we verbinding en trokken we samen op. Ondanks de beperkte capaciteit bij de politie waren de beschikbare (wijk)agenten voor het overgrote deel daar waar ze moesten zijn, zoals bij de aanpak rond oud en nieuw en het luilakken, integrale controles en samenwerkingsbijeenkomsten.
2.2.1.2 We evalueren jaarlijks de prioriteiten voor de inzet van de boa’s.
De prioriteiten van de boa's zijn vastgelegd in het Jaarplan veiligheid 2024-2025. De uitvoering van dit jaarplan, waaronder de inzet van de boa's is geëvalueerd en verwoord in het jaarplan veiligheid 2026.
In 2025 is de inzet van de jeugdboa geëvalueerd en is besloten de inzet met twee jaar te verlengen. De resultaten van deze inzet zijn opgenomen in het jaarplan veiligheid 2026 (zie RIB-20 van 5 maart 2026).
2.2.2 Behoud van een goed functionerende (vrijwillige) brandweer
2.2.2.1 We zetten in op het behoud van de huidige korpsen en hun capaciteit.
In 2025 is het onderzoek naar het vastgoed van de VRGZ afgerond. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat zich in de toekomst een sterke stijging van de kosten met betrekking tot dit vastgoed zal voordoen. Dit was reden voor het Algemeen Bestuur van de VRGZ om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn de kosten te dempen.
Na afweging van de voor- en nadelen die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen heeft het Algemeen Bestuur in zijn vergadering besloten dat:
- de huidige indeling van brandweerkazernes gehandhaafd blijft en dat het sluiten van posten geen wenselijke mogelijkheid biedt om deze stijging te dempen.
- het wenselijk is de huidige regionale servicecentra en magazijnen samen te brengen in één nieuw te bouwen servicecentrum en magazijn.
- nieuwbouw, vernieuwing en aanpassing van gebouwen gedaan zal worden met de wettelijke eisen van duurzaamheid als uitgangspunt
- waar mogelijk wordt gekeken naar het maken van ‘slimme keuzen’ op het gebied van samenwerking met partners maar ook optimalisatie waar het gaat om het omgaan met en investeren in gebouwen binnen de financiële kaders.
- de financiële gevolgen van deze besluiten nopen tot het opbouw van een reserve om investeringen nu en in de toekomst mogelijk te maken en dat deze volgens de voorgestelde opbouw wordt gedaan.
2.2.2.2 We stimuleren het behoud van de jeugdbrandweer.
De jeugdbrandweer was en blijft actief in Neder-Betuwe. Wij blijven monitoren hoe dit verloopt. Daarnaast heeft de jeugdbrandweer binnen de brandweerorganisatie een volwaardige plek gekregen en worden zij gezien als essentieel onderdeel om de vrijwilligersorganisatie op peil te houden.
2.2.3 Tijdige aanrijtijden en kwalitatief hoogwaardige ambulancedienst voor onze inwoners
2.2.3.1 We zetten in op betere aanrijtijden, binnen de normtijd van de ambulance .
In 2025 zijn de aanrijtijden gemonitord. De inzet op het behalen van de normtijden was ook in 2025 weer groot, maar ondanks dat zijn de normtijden niet behaald. We blijven aandacht vragen voor continue verbetering. Daarnaast is er een ontwikkeling te zien als het gaat om spoedritten (A0 ritten). In 2024 (cijfers 2025 niet bekend) waren er in totaal 17 spoedritten met een A0 urgentie, waarvan 100% binnen 15 minuten ter plaatse was met een gemiddelde responstijd van iets meer dan 8 minuten. Dit laat zien dat, wanneer tijd wél van levensbelang is, de professionals zeer snel ter plaatse zijn.
